Psychofarmacologie | Casus III

Een jongeman (21) wordt door de huisarts verwezen naar de GGZ instelling. Hij komt samen met zijn broer die zich zorgen maakt. De huisarts schrijft dat de cl slecht slaapt en stemmen hoort. Hij verzorgt zichzelf slecht en is 5 kg afgevallen. Hij heeft zich sinds enkele weken ziek gemeld op zijn werk vanwege onenigheid met zijn collega’s. Hij heeft een blanco psychiatrische voorgeschiedenis. De situatie thuis dreigt te escaleren omdat cl ervan overtuigd is dat zijn vader bezeten is door de duivel. Bij uitvragen van zijn klachten vertelt cl dat hij al sinds ruim een half jaar stemmen hoort. Hij zegt er niet over te willen praten. Hij eet niet meer samen met zijn ouders omdat hij bang is dat het eten vergiftigd is. Hij zegt dat de reden daarvan is dat zijn vader bezeten is door de duivel en dat zijn vader thuis kookt. Cl zegt dat de ‘beduiveling’ het ergst is bij het kookpunt. Uit de heteroanamnese blijkt dat cl zich heeft ziek gemeld om zijn collega’s continu over hem aan het roddelen waren en er een vervelende werksfeer ontstond. Zijn vrienden heeft hij al maanden niet gezien. Het lijkt erop dat hij alleen nog zijn broer vertrouwt. Hij zit het grootste gedeelte van de dag op zijn kamer en onderneemt weinig. Hij voelt zich niet somber, wel angstig. Er is geen sprake van alc of drugsgebruik.

Vraag 1 Welke monitoringsinstrumenten kies je? Waar vind je deze?

Vraag 2 Welke psychopathologische fenomenen worden beïnvloed door een antipsychoticum? Welke veranderingen verwacht je precies als cl zou starten met een antipsychoticum?

 

Psychiatrisch Onderzoek

Een magere matig verzorgde jongen die een angstige indruk maakt, nauwelijks oogcontact en hij kijkt regelmatig naar de hoeken van de kamer. Het gesprek verloopt moeizaam, hij geeft korte antwoorden, veel stiltes. Het bewustzijn is helder en oriëntatie intact. Hij lijkt imperatieve hallucinaties te hebben en visuele hallucinaties. Het denken is normaal van tempo en bij vlagen incoherent. Hij gebruikt neologismes, heeft wanen. Hij heeft geen suïcide gedachten. De motoriek is rustig. Zijn spraak moduleert weinig,

 

Heteroanamnestisch: sinds 7 maanden gaat cl achteruit, ziet vrienden niet meer, eet niet meer samen met zijn ouders, spookt s nachts door het huis. Communiceert alleen met zijn broer. Een oom van hem lijdt aan schizofrenie en krijgt medicatie.

 

  1. Welke voorlopige diagnose stel je?
  2. Wat is de differentiaal diagnose en hoe sluit je andere diagnoses uit?
  3. Welke behandeling raad je aan?

Vervolg

Cl start met haloperidol 5 mg daags.

Hij komt na een dag met zijn broer naar de instelling omdat hij ‘gekke bewegingen’ maakt en nauwelijks meer kan praten en moeilijk ademhaalt.

  1. Wat denk je dat er aan de hand is en welke behandeling is nodig? Wat raad je verder aan?

 

Na een week komt hij terug op de afspraak met zijn broer en de situatie is niet verbeterd. Hij heeft nog steeds een verschoven slaap/waak ritme, hij heeft zijn vader eenmaal bedreigd. Zijn ouders weten niet meer wat te doen en maken zich erg ongerust. Iedereen slaapt beroerd. De broer blijft nu thuis omdat hij bang is voor een vechtpartij thuis.

 

  1. Wanneer valt over het algemeen een effect te verwachten van antipsychotica?
  2. Is een opname in een APZ geïndiceerd?
  3. Zijn er criteria voor dwangopname?

Beloop

Hij gaat akkoord met opname in een APZ. Hij gaat door met haloperidol 5 mg, het effect op zijn angst, achterdocht en hallucinaties valt  tegen bij psychiatrisch onderzoek na 4 weken. Hij blijft slecht slapen, trekt zich terug en lijkt veel tijd bezig met zijn stemmen en voert kleine rituelen uit.

  1. Wat raad je aan?

 

Switch

Cl schakelt over op clozapine en reageert hier na 3 weken op met een afname van angst, komt meer onder de mensen, is minder bezig met stemmen en kan de aanwezigheid van zijn vader weer verdragen. Na 4 maanden wordt hij weer ontslagen en krijgt daarna ambulante hulp.