Basiscursus | Bijeenkomst 1

Welkom bij de  Blended Basiscursus Gedrags- en Cognitieve therapie

Deze cursus bestaat uit 10 bijeenkomsten en is geaccrediteerd als ‘100-uurs’ Basiscursus bij de VGCt en zal 350  ‘werkuren’ tellen.

Onderwerpen van bijeenkomst 1:

Stappen van het cognitief gedragstherapeutische proces

Leer- en emotietheorie

Vaststellen van 5 factoren: situatie, gevoelens, gedachten, gedragingen en lichamelijke gewaarwordingen

Hieronder kun je het huiswerk formulier downloaden.  De bedoeling is dat je de opdrachten uitwerkt in het formulier en vervolgens opstuurt. Als je vragen hebt over de opdrachten dan kun je mij mailen of oplossingen zoeken met andere cursisten. Ik zal steekproefsgewijs feedback geven op de uitvoering van de opdrachten.

 

 

Draaiboek van de cursus:

 

 

Algemene introductie (klik op play en wacht even tot het beeld geladen is)

 

 

 

  1. Inleiding Stappen CGt proces

Leeswijzer

Geïntegreerde cognitieve gedragstherapie Handboek voor theorie en praktijk door Kees Korrelboom en Erik ten Broeke, tweede herziene druk, 2014 (verder K&tB): deze zullen we in het begin van de cursus het meest gebruiken; dit boek is uitgebreider dan de eerste druk uit 2004 en geeft ook kennis uit onderzoek tussen 2004 en 2014 door. De oudere druk is dus minder bruikbaar. Als je recent je master hebt gedaan dan zal veel info je bekend voorkomen.

  • Hoofdstuk 1 p 17-39: is achtergrondinformatie, leeswerk;
  • Hoofdstuk 2 p 41-61: ook achtergrondinfo; leerdoel: verschil gedrags- en cognitieve theorie en therapie kunnen uitleggen, geschiedenis snappen;
  • Hoofdstuk 3 p 63-104: leertheorie vormt de belangrijkste theoretische basis voor cognitieve gedragstherapie (cgt); leerdoel: operante en klassieke conditionering kunnen uitleggen
  • Hoofdstuk 4 p 105-154; emotie theorie snappen en informatie verwerkingsmodellen kunnen uitleggen, gericht bestuderen.
  • Hoofdstuk 7 p 207-254; geeft het raamwerk vanuit de ‘helicopter’ van cgt en verbindt de theorie met de praktijk; dus goed bestuderen.

2. Samenvatting CGt proces powerpoint:

 

En hier zie je powerpoint met audio-instructie

 

 

Hieronder een voorbeeld van de uitvoering van de begin stappen van het cgt proces:

 

3. Competentieprofiel

Nul meting competentieprofiel cognitief gedragstherapeut VGCt.

 

Ga na hoe je je eigen competenties inschat. Geef je zelf een rapportcijfer per competentie. Nu weet je over welke competenties de cognitief gedragstherapeut gewenst zijn.

 

4. Video Dwang

Hieronder kun je door het wachtwoord voor de site in te vullen de video bekijken en de opdracht die eronder staat uitvoeren.

Doel: leren benoemen van 5 factoren: situatie omschrijving (wie, hoe, wat, wanneer), gevoelens (blij, boos, bang, bedroefd), gedachten (als .., dan..; ik moet…, anderen moeten…, de wereld is.., ik ben .., anderen zijn …) en gedragingen (compensatie-, vermijding-, veiligheidsgedragingen), fysiologische verschijnselen (welke lichamelijke verschijnselen ervaart de cliënt in situaties waarbij de emotionele intensiteit oploopt). Het samen met de cliënt kunnen benoemen, herkennen en bespreekbaar maken van deze 5 factoren vormt de basis van alle cgt competenties.

Bekijk deze video. En noteer: welke situaties vormen voor deze vrouw uitlokkende prikkels? Welke gevoelens vallen op? Welke gedragingen? Welke fysiologische verschijnselen ervaart ze? Welke gedachten vallen op?

 

5. Gina

 

 

Deze video laat een kort interview zien van dr. Wright en Gina. In een hoog tempo bespreekt de therapeut de angsten van Gina. De opdracht is dezelfde als bij de video bij 4. Dus noteer de 5 factoren. En let op de gespreksvoering, wat doet de therapeut behalve vragen stellen?

6. Groeps Skype

Je hebt nu een beeld van cgt en een start gemaakt met de kern van cgt: het herkennen van gedrag, gedachten, gevoelens, fysiologische verschijnselen en uitlokkende prikkels. Je hebt een overzicht van de nodige competenties en een beeld waar je zelf staat qua competenties. Je kunt gebruik maken van groepsskype als je wilt en als dat praktisch haalbaar wordt om af te spreken. Deze is dus vrijwillig omdat vorig jaar het afspreken soms lastig was. De skype is bedoeld om je uitwerking van de eerste opdrachten uit te wisselen met je medecursisten. Verdeel de tijd zodat iedereen aan bod komt en let op de tijd (ongeveer 20-30 min).

Ik stuur een lijst met mailadressen van je medecursisten door. En een indeling van groepjes zodat je met verschillende mensen van de cursus samenwerkt. Als je nog geen skype hebt wil je dan downloaden en opzoeken hoe je met een groepje kunt skypen  http://www.skype.com/nl/features/group-video-chat

Agenda skype opdracht: kennismaken, hou het kort en uitwisselen hoe je opdracht 1-6 hebt opgelost en vragen en oplossingen uitwisselen. De tijd is veel te kort om alles te doen, dus spreek onderling af wat je graag wil halen uit de uitwisseling. Je kunt ook als groepje vragen waar je niet uitkomt voorleggen via de mail bij mij. Ik kan ofwel reageren of jullie vraag meenemen naar de cursus bijeenkomst om plenair te bespreken.

7. Operante conditionering

Ga na wat je hebt gelezen over operante conditionering: Welke procedure is kenmerkend? Wat leert het organisme door deze procedure? En welke verklaring komt in aanmerking? Deze vragen geven aan dat je het begrip operante conditionering op meerdere wijzen kunt benaderen.

De video met Skinner aan het woord. Skinner heeft een belangrijke rol gespeeld bij de theorievorming van de gedragstherapie. Noteer na het kijken: uitlokkende prikkel of stimulus—respons of gedrag—bekrachtiger (welke stimulus volgt op het gedrag en welke invloed heeft deze op het gedrag?)

 

Beschrijf de procedure die proefleider oplegt aan de duif (procedure), wat heeft de duif geleerd (leerresultaat), welke verklaringen zijn er? En gebruik daarbij de notaties (Sd, R, Sr, CS, US, CR).

Sd = discriminatieve stimulus, d.w.z. een prikkel die door de zintuigen kan worden waargenomen, kan  intern of extern dan wel imaginair of reëel zijn zijn. Discriminatief= onderscheidend, de stimulus activeert een oriëntatie respons.

R= operant, operates upon the environment, intentioneel of willekeurig gedrag

Sr= reinforcing stimulus; een toe-, afname of uitblijven van een prikkel

CS= voorwaardelijke prikkel of aangeleerde prikkel, deze prikkel activeert een aangeleerde respons

US= onvoorwaardelijke prikkel of niet aangeleerde prikkel, deze prikkel activeert een intrinsieke respons

UR = onvoorwaardelijke of niet aangeleerde respons die wordt geactiveerd door de US

CR= voorwaardelijke of aangeleerde respons

 

Procedure Leerresultaat Verklaring en functie

Video Duif met commentaar van Skinner

8. Klassieke conditionering

De operante theorie biedt verklaringen voor de in stand houding van gedrag, de klassieke theorie voor het ontstaan van responsen. De experimenten van de fysioloog Pavlov zijn beroemd. Het verhaal van de honden van Pavlov is een handige metafoor om in je hoofd te houden (komt van pas als je vergeten bent wat klassieke conditionering inhoudt). Deze vorm van leren speelt een rol bij impliciete betekenisverleningen en het verwerven van fysiologische responsen in voorheen neutrale stimuluscontexten. De volgende video laat Britse acteurs aan het woord die de experimenten op levendige wijze tonen.

 

Noteer weer dezelfde elementen voor klassieke conditionering in onderstaande tabel:

 

 

Procedure Leerresultaat Verklaring en functie

 

Video Hond van Pavlov

 

9. Habituatie is een volgend belangrijk leerprincipe. Hieronder zie je een voorbeeld

Video Muis Habituatie

Vat de observaties weer samen in de tabel:

 

Procedure Leerresultaat Verklaring en functie

 

Nu heb je enkele belangrijke leertheoretische modellen uit het lab gezien:

  1. Iemand zal bepaald gedrag vaker inzetten als dit subjectief gesproken een voordeel oplevert door met name intermitterende bekrachtiging, ook al levert het gedrag op langere termijn ook nadelen op.
  2. Iemand leert emotionele en fysiologische responsen aan door associatieprocessen, deze kunnen ontstaan door feitelijke of imaginaire blootstelling aan combinaties van prikkels
  3. Iemand kan gewenning ervaren voor herhaaldelijk aangeboden prikkels die aanvankelijk een oriëntatierespons activeren.

 

 

 

10. Emotietheorie

Met instructie:

 

11. Video Jeanette, 58 jaar oud, lijdend aan straatvrees

Bekijk minstens de eerste 10 minuten van deze teleac uitzending en benoem Sd, R, Sr, CS, US, CR (meervouden, als je meer elementen herkent) die relevant zijn voor de problemen van Jeanette.

12. Video Padesky Socratische Dialoog

Bekijk eerst de powerpoint eerste gesprek:

 

En met audio-instructie:

 

 

 

Bekijk minstens de eerste 15 minuten van deze video. Christine Padesky demonstreert weliswaar de geleide ontdekking die kenmerkend is voor cognitieve therapie die we later in de cursus nog gaan bestuderen, maar de wijze waarop zij informatie verzamelt en de cliënt  betrekt bij dit proces is ook heel goed toepasbaar bij meer behaviouristische procedures zoals het opstellen van een functie-analyse.

Vat na het bekijken de belangrijkste elementen van de Socratische dialoog samen.

 

Tot slot: hopelijk vond je deze voorbereiding leerzaam en leuk. Ik zie je huiswerkformulier graag ingevuld tegemoet, tot januari 2019!